Brabants Dagblad, 27 juli 1994
VERMEENDE VOORSTUDIE MONDRIAAN ONTDEKT
IN UDEN
Door Siert Hoeksema
De beeldende kunstenaar Antoon Versteegde
uit Uden is heilig overtuigd van het bestaan van een hemel voor
kunstenaars. Dat die hem regelmatig een kunstzinnige knipoog
geven, staat voor hem ook vast. Want hoe kan het anders dat Versteegde
op rommelmarkten al enkele keren werken van gereputeerde kunstenaars
op de kop tikte? De laatste keer zelfs voor het luttele bedrag
van 2,50 gulden.
"Je
mag er zelf heel sceptisch over zijn, als je mijn opmerkingen
maar zuiver laat." Antoon Versteegde (41), beeldend kunstenaar
uit Uden, gelooft in een hemel van kunstenaars die hem af en
toe een collegiale knipoog geven. Sinds midden jaren tachtig
constateert Versteegde namelijk een talent bij zichzelf dat hem
op een bijzondere manier in contact brengt met voorstudies van
grote meesters, zoals Kees van Dongen, Auguste Mambour, Bastiaans,
André Derain en... sinds de jongste Oranjemarkt in Uden:
Piet Mondriaan. Versteegde beweert een Mondriaan ontdekt te hebben...
We gaan een stukje terug in de tijd. Het
is 1986 als Antoon Versteegde over de rommelmarkt in Uden loopt.
Hij beschrijft zijn eerste vondst: "Op de Oranjemarkt liep
ik rond te banjeren en ineens zag ik dat ding. Het was al op
het eind van de markt en waarschijnlijk had het al de hele dag
daar gelegen. Honderden mensen zijn er voorbij gelopen die er
niks in zagen. Ik vond het wel iets hebben. Het was een schets,
zat in een zijden passepartout en kostte vijf gulden. Thuis heb
ik het meteen opengemaakt om erachter te komen wat het was. In
het lijstje stond alleen de aanduiding 'V.D. 4' en dat deed me
meteen denken aan Van Dongen, want die wonen er immers heel veel
in deze buurt. En misschien, dacht ik, is het wel Kees van Dongen,
de grote Nederlandse kunstenaar die in het begin van deze eeuw
lang in Parijs heeft gewoond en gewerkt."
Sceptisch
Via literatuur kwam Versteegde erachter
dat zijn 'schets' inderdaad sterke overeenkomsten had met de
lijnvoering in sommige werken van Kees van Dongen. "Op dat
moment stond voor mij vast dat het een Van Dongen was."
Anderen waren erg sceptisch, maar Versteegde trok zich daar niks
van aan. Voor hem stond de ontmoeting, zoals hij het noemt, met
Van Dongen als een paal boven water. Een tijd later werd Versteegde
door een vriend uit Den Bosch gebeld, die hem ook niet geloofde.
"Hij zei letterlijk: 'Morgen komt Tussen Kunst en Kitsch,
kom maar langs als je durft'." Toen werd datgene wat voor
de Udense kunstenaar al gesneden koek was, bewaarheid. "Taxateur
en kunstkenner Laurentius herkende de schets meteen als een echte
Van Dongen. Bij toeval had hij een studie gemaakt van Van Dongen
en wist alles af van die serie tekeningen waarvan mijn vondst
er één was. Laurentius herkende zelfs de stickertjes
waarmee de schets op het passepartout zat vastgeplakt."
Na deze Van Dongen volgden er in de jaren daarna nog vier vondsten.
Versteegde onderging elke keer exact hetzelfde gevoel wanneer
hij de werken voor het eerst zag. De meest saillante vondst was
een vermeend schilderij van André Derain, één
van de Fauvisten die veel optrok met zijn collega en vriend Maurice
de Vlaminck (1876-1958), dat hij opmerkte in een rommelmarkt-winkeltje
in Den Haag. Via een catalogus van een tentoonstelling in London
ontdekte hij een werk van Derain uit 1906 dat sterk geleek op
zijn vondst, een kleurrijke impressie van de Big Ben en de Westminster
Bridge in London. Door middel van een secure vergelijking stelde
hij vast dat zijn rommelmarkt-schilderij geen nabootsing kon
zijn van de Derain. Zijn vondst was immers niet gesigneerd en
een vervalsing wordt altijd van een handtekening voorzien.
Voorstudie
Versteegde concludeert uit verdere studie
dat zijn vondst een voorstudie kan zijn van Derain, òf
misschien een samenwerkingsprodukt van Derain en De Vlaminck,
aangezien zij veel samen hebben geschilderd en zelfs in elkaars
werk hebben zitten strepen en kwasten. Waarom Versteegde zich
aangetrokken voelt tot bepaalde composities kan hij niet verklaren,
maar typisch is wel dat het werken zijn van ongeveer negentig
jaar oud en veelal ook voorstudies of stukken die zijn voorafgegaan
aan een meesterwerk. En ook zijn meest recente vondst wijst volgens
hem in die richting. Op de Oranjemarkt in Uden, enkele maanden
geleden, viel zijn oog op een schilderijtje dat inclusief lijst
ongeveer de afmeting heeft van een trottoirtegel. Hij kocht het
voor 2,50 gulden en sindsdien zit het verpakt in een zwart, houten
kistje dat Versteegde speciaal voor zijn 'geesteskind' gemaakt
heeft. "Ik weet dat het een Mondriaan is, maar zou dat heel
graag door deskundigen bevestigd zien, net zoals met die Van
Dongen is gebeurd. Misschien als Christie's naar Uden komt, in
augustus?"
Op het schilderijtje staat een zandweg
geschilderd met aan weerszijden bomen, die een typische langwerpige,
donkere accentuering op de stam vertonen. Versteegde wijst ernaar:
"Dit schilderij, evenals dat van Van Dongen en, is geen
mooi schilderij. De kunstenaar was hier met iets bezig, hij zocht
naar een bepaald doel. Dat kun je duidelijk zien. En die verticale
strepen zijn zeer bepalend voor Mondriaans ontwikkeling. Je ziet
dergelijke accentueringen ook terug in zijn andere schilderijen
van rond die tijd. De strepen zijn ontzettend slordig neergezet,
waarschijnlijk met een grove kwast. Ook typisch is de manier
waarop de schildering ophoudt aan de rand van de lijst. Daar
is het werk niet netjes afgemaakt. De schilder is simpelweg ergens
begonnen met strepen te trekken, en het ging hem duidelijk niet
om zo naturalistisch mogelijk te werken. Hij laat ook heel veel
dingen weg."
Belangrijke aanwijzingen om zijn vondst
niet aan een amateur, maar aan een meesterhand toe te kennen
ziet Versteegde dan ook vooral in de slordige, vlotte en professionele
techniek waarmee dit probeersel tot stand is gekomen. "Mondriaan
was bezig met zijn levenswerk, weliswaar met vallen en opstaan,
maar onderwijl groeiden er dingen, zoals bij iedere kunstenaar.
En voordat iets op het doek staat zit het in feite al tussen
je oren. Je moet dan een manier vinden om dat eruit te krijgen."
Dat Antoon Versteegde, naar zijn zeggen, tegen een Mondriaan
aanliep was voor hem ook een hartewens: "Ik heb altijd gehoopt
nog eens een Mondriaan te vinden. Hij is de enige bekende kunstenaar
die hier in Uden een aantal jaren heeft gewoond en van wie het
eventueel mogelijk zou zijn dat je iets tegen komt. En toen ik
op de Oranjemarkt het ding zag liggen, herkende ik er iets in;
niet meteen dat het een Mondriaan was, dat is later gekomen,
maar ik zag er iets aan."
"Ik kreeg het gevoel dat je hebt als
je van iemand een warme handdruk krijgt, een collegiale groet
vanuit de hemel voor kunstenaars, als die bestaat. Het is me
overigens helemaal niet te doen om het schilderij te verkopen.
Datgene waar ik in het algemeen het meeste affiniteit mee heb
is het plezier, het enthousiasme en de gedrevenheid waarmee de
schilder gewerkt heeft. En dat zie ik ook terug in deze vondst.
Het is een schildering waarin elementen zitten die existeren,
wezenlijk zijn voor het inwendige van de kunstenaar."
Brabants Dagblad 16 augustus 1994
Antoon Versteegde uit Uden lanceert nieuw
Mondriaan-molenraadsel
WIL DE ÉCHTE MOLEN VAN JETTEN OPSTAAN
Door Siert Hoeksema
De Molen van Jetten geschilderd door Piet
Mondriaan is het pronkstuk van de expositie Mondriaan en Molens
in Uden. Maar op de valreep, de expositie sluit over anderhalve
week, trekt de Udense kunstenaar Antoon Versteegde de juistheid
van de titel van het schilderij in twijfel. Hij ging op onderzoek
en kwam tot heel andere conclusies...
Natuurlijk is de gemeente Uden met recht
trots op het feit dat Piet Mondriaan tijdens zijn verblijf in
1904/05 in deze plaats, naar alle waarschijnlijkheid, een Udense
standerd-molen schilderde. Niet alleen in de volksmond maar ook
in officiële catalogi wordt het schilderij 'de Molen van
Jetten' genoemd en aldus geïdentificeerd met de Molen die
vandaag de dag langs de rondweg Uden nabij het sportpark staat.
Maar in hoeverre dit inmiddels al zo'n 25 jaar ingeburgerde gedachtengoed
op historische feiten berust, dat vraagt de Udense kunstenaar
Antoon Versteegde zich af. Versteegde heeft zich, voordat hij
zijn uitspraken in de openbaarheid gooide, goed gedocumenteerd.
Hij bestudeerde nauwkeurig bouwtekeningen van het molen-type
waartoe de molen van Jetten behoorde, namelijk het standerd-type;
raadpleegde verschillende historische stukken en informeerde
bij mensen die het Udense molentijdperk in de eerste 30 jaar
van deze eeuw nog mee hebben gemaakt. "De gemeente Uden
kende aan het begin van deze eeuw drie verschillende standerd-molens:
die van molenaar Roozen aan het moleneind (nu de molen van Jetten);
eentje aan de molenheide nabij het Retraite-huis aan de weg naar
Volkel", Antoon Versteegde lacht, "deze schijnt in
1929 in de haast afgebroken te zijn omdat men (achteraf ten onrechte)
vermoedde dat er een schat onder de molenberg begraven lag; en
de derde standerd-molen stond achter het kerkhof in Volkel. Deze
is ook afgebroken en restanten daarvan zijn weer gebruikt voor
de molen die op dit moment aan de weg naar Boekel ligt."
Molenberg
"Als we nu het schilderij van Mondriaan
bekijken is ten eerste al vanuit het perspectief te zien dat
hij min of meer van onderaf tegen het bouwwerk aangekeken heeft.
Dat wil zeggen dat de molen op een molenberg gestaan moet hebben.
Uit dokumentatie blijkt dat de molen aan het moleneind (die van
Roozen) niet op een dergelijke molenberg gestaan heeft. Die in
Volkel daarentegen, bijvoorbeeld wel. Ten tweede was de molen
aan het moleneind, begin deze eeuw, eigendom van de molenaars-familie
Roozen en is de naam 'Jetten' vanuit die optiek sowieso niet
juist. In 1910 is het bouwwerk verplaatst naar zijn huidige plaats
nabij het sportpark en pas rond 1925 nam de familie Jetten zijn
intrek in de molen."
"En ten derde blijkt uit allerlei
bouwkundige details dat Jettens Molen een hele andere is dan
die op Mondriaans schilderij. Ondermeer de staart is naar verhouding
dunner dan op het schilderij, de wieken zijn anders van constructie,
de windwijzer heeft een andere vorm en de schilderingen op de
zijkant van de molen vertonen geenszins gelijkenis. Bovendien
heeft Mondriaans molen twee op handvaten gelijkende ijzers boven
de schoren, waarmee het balkon aan de molen hangt. De molen bij
het sportpark mist deze ijzers. En zeer opvallend is ook het
verschil in vorm van het zogeheten borsteind."
Alternatief
Antoon Versteegde wil geen gelijk opeisen,
maar hij wil de gangbare opinie aan de kaak stellen en als eventueel
alternatief de voormalige standerd-molen achter het kerkhof in
Volkel noemen. "Deze molen vertoont globaal gezien méér
overeenkomst met de schildering van Mondriaan en dat kunnen we
gedeeltelijk verifiëren door de molen aan de weg naar Boekel
te bestuderen. Deze is immers opgebouwd uit restanten van het
Volkelse exemplaar. Maar", relativeert de Udense kunstenaar,
"het is zelfs niet ondenkbaar dat Mondriaan een of meerdere
molens voor ogen had, die ver buiten Uden gestaan hebben."
"Wat me het meest intrigeert is de
wijze waarop de molen, feitelijk zeer onterecht dus, de naam
'Jetten' heeft gekregen en nota bene steeds vaker officieel zo
genoemd wordt." Hoe het ook zij, Versteegde beaamt dat verder
onderzoek nodig zal zijn om het raadsel rond Mondriaans vermeende
Udense molen-creatie te ontsluieren. Hij hoopt in ieder geval
op andere reacties van mensen uit Uden en omgeving die daartoe
misschien een bijdrage kunnen leveren.
Brabants Dagblad 94/08/24
BRIEVEN
Udense Molen (1)
Reactie op 'Wil de echte molen van Jetten
opstaan',
Brabants Dagblad, 16-8-1994.
Wie
weet, je weet maar nooit...misschien zit er wel een kern van
waarheid in de redenering van Antoon Versteegde. Wel lijkt me
voor zo'n conclusie een écht kunsthistorisch onderzoek
zinvoller dan een discussie in de krant. Op zich is er natuurlijk
niets nieuws onder de zon en vind ik de aankondiging in de krant
van een 'Mondriaan-raadsel' nogal een opgeklopte zaak. Als voorbeeld
wil ik hier onder andere noemen de tentoonstelling 'Mondriaan
aan de Amstel', die in het afgelopen voorjaar in het Gemeente-archief
in Amsterdam te zien was. Aan deze presentatie is zes jaar wetenschappelijk
onderzoek voorafgegaan. Hieruit bleek het vermoeden juist dat
vele vroege werken van Mondriaan verkeerd gelokaliseerd en gedateerd
waren. Deze werken zijn dus onlangs van nieuwe titels en jaartallen
voorzien. In de landelijke pers is hier al uitvoerig aandacht
aan besteed. Piet Mondriaan blonk overigens niet uit in het documenteren
of registreren van zijn werk. De vele lokaties in verschillende
landen waar hij zijn ateliers had waren hier mede oorzaak van.
Ook bekend zijn de niet overeenstemmende gegevens in de twee
oorspronkelijke meest volledige Mondriaan-inventarisatiecatalogi
die er bestaan, de beroemde 'Seuphor' en 'Slijper'-catalogi,
waar het Haags Gemeentemuseum zeker al 20 jaar onderzoek naar
doet! In museale kringen is dus een mogelijke onterechte beschrijving
van Mondriaans vroege werk bepaald geen nieuws. De redenering
van Versteegde heeft mij dan ook niet verbaasd. Bovendien moet
er bij de beoordeling van dit soort zaken rekening mee gehouden
worden dat een kunstenaar de vrijheid heeft om een impressie
te schilderen die afwijkt van de werkelijkheid. Mondriaan liet
zich vooral inspireren door de verschijning van de molen tegen
de achtergrond van lucht en landschap. Zijn molens waren voor
hem een beeldend thema; het deed er voor hem niet zo toe of het
exact leek, het was de vorm waardoor hij geraakt werd. De molens
werden ook nooit in opdracht van de eigenaren geschilderd. Veel
werken hebben dan ook slechts als titel: 'Rode molen', 'Molen
bij avond' of 'Molen in zonlicht'. Pas veel later is door kunsthistorici
onderzocht om welke molens het precies ging.
Bij het voorbereiden van de tentoonstelling
in Uden heb ik regelmatig professor Robert Welsch van de University
of Toronto (Canada) geraadpleegd. Hij is de meest gezaghebbende
Mondriaan-deskundige. In een brief schreef hij mij dat hij graag
een onderzoek naar de molens van Mondriaan zou willen doen, omdat
er nog vele molenwerken niet gedocumenteerd zijn. Hem zijn een
veertigtal molens van Mondriaan bekend (in Uden hangen er elf),
die zich in collecties over de hele wereld bevinden. Hij claimt
als kunsthistoricus de eerste te zijn die de aquarel uit 1904
als zijnde de Udense molen heeft geïdentificeerd. Overigens
heeft het werk officieel als titel 'De molen van Uden' en niet
zoals Versteegde suggereert 'De molen van Jetten'. Bij de Udense
presentatie is besloten om naar de molens van Mondriaan geen
wetenschappelijk onderzoek te doen. Tot op heden heb ik ook bij
anderen geen plannen in die richting vernomen. De 'Versteegde-theorie'
heeft dus voorlopig nog het grote voordeel van de twijfel...
Uden , Marjorie van Geenhuizen
Udense molen (2)
In het artikel 'Wil de echte molen van
Jetten opstaan' in het Brabants Dagblad van 16 augustus jl. wordt
een aantal argumenten aangeroerd, die erop zouden duiden dat
de molen die Mondriaan heeft geschilderd, niet de molen van Jetten
zou kunnen zijn.
Niet dat ik de bewijzen heb die erop zouden duiden
dat het wel de bewuste molen is, maar ik denk wel dat ik de genoemde
argumenten kan ontkrachten. In het artikel wordt gesproken over
het perspectief waarin de molen door Mondriaan is geschilderd.
Het terrein rond de molen is echter sinds die tijd drastisch
gewijzigd. Van het landschappelijke beeld van die tijd is weinig
meer overgebleven. Het terrein is nu in gebruik als sportterrein/wandelgebied
en daarvoor is het gehele terrein compleet omgezet en geëgaliseerd.
Het gevolg is een ander perspectief dan toen Mondriaan de molen
zou hebben geschilderd.
In het artikel worden allerlei bouwkundige
details genoemd die anders zouden zijn.
Ten eerste wordt gemeld dat de staart naar
verhouding veel dunner is dan die op het schilderij. De oorzaak
hiervan is dat intussen een nieuwe staart is aangebracht. De
reden is dat er een nieuw stel roeden (wieken) is aangebracht.
Deze waren in eerste instantie van een bredere uitvoering en
dus veel zwaarder. Het gevolg hiervan was dat de staart die het
tegenwicht vormt voor de roeden, van veel lichtere uitvoering
kon zijn.
Hiermee komen we meteen op het tweede argument,
dat van de wieken. Deze waren op het schilderij heel anders van
vorm volgens de schrijver van het artikel. Toentertijd waren
de wieken, eigenlijk de roeden, uitgevoerd in het zogenaamde
Van Bussel-systeem, waarbij een vliegtuigvleugel werd nagebootst
om de molen sneller rond te laten gaan. Hierdoor lijken de wieken
breder op het schilderij dan ze nu zijn. Intussen is er op de
roeden een nieuw hekwerk aangebracht en het Van Bussel-systeem
verwijderd, zodat het lijkt alsof de wieken anders van constructie
zijn.
Ten derde worden de schilderingen op de
zijkant genoemd. Deze schilderingen zijn in de loop der tijd
allemaal veranderd onder invloed van de eenheidsworst die de
molenmakers hanteerden. Eén pot verf voor alle molens
in deze regio werd gebruikt. Bovendien is de oude beschildering
nog te zien op oude foto's en deze lijkt exact op de geschilderde
molen. Het bewijs hiervoor zal kunnen worden geleverd door fotozaak
Jetten die nog in het bezit is van foto's van de molen met de
oude beschildering.
Ten vierde worden de op handvatten gelijkende
ijzers boven de schoren genoemd. Deze zijn nog wel degelijk op
de huidige molen van Jetten aanwezig.
Ten vijfde wordt het borsteind (de voorkant
van de molen) genoemd. Dit zou opmerkelijk verschillen. Dat klopt
ook wel, want de gehele voorkant is in de jaren 60-70 compleet
verwijderd en vernieuwd. Aan de binnenkant van de molen is dit
nu nog goed te zien.
Ten zesde wordt de windwijzer genoemd,
die anders van vorm zou zijn. Dit laatste argument kan ik niet
ontkrachten. Echter, het moge uit de voorgaande tegenargumenten
duidelijk zijn dat een molen geen statisch element in het landschap
is, maar met het landschap ook zelf verandert en onderhevig is
aan gebreken door de tand des tijds. Onderdelen werden zo goed
als het ging en zonder de natuurhistorische waarde aan te tasten
vernieuwd of verbeterd/vervangen. Nogmaals, deze tegenargumenten
bewijzen niet dat de geschilderde molen van Mondriaan ook Jettens
molen is. Ze ontkrachten echter in mijn ogen wel de argumenten
die proberen te bewijzen dat het de bewuste molen niet is. Kortom,
een molen leeft en wordt net zoals wij ouder en anders door de
tand des tijds. Er is echter een verschil: de molen wordt ouder.
Uden , Henrie van Zoggel, molenaar Jettens
Molen
Hier een mailtje van Henrie van Zoggel,
molenaar sinds 12 jaar van Jetten's molen te Uden. Op een zoektocht
op internet zag ik een artikel over de molen van augustus 1994.
Hierin wordt betwijfeld of de molen van Mondriaan ook de molen
van Jetten is. Alhoewel ik absoluut geen kunstkenner ben, weet
ik wel veel van molens af in het bijzonder de molen van Jetten.
In het artikel worden een aantal bouwkundige
zaken opgesomd die erop zouden duiden dat de bewuste molen niet
de molen van Jetten zou zijn. Voor wat betreft de molenberg het
volgende.
Ik heb meerder foto's van de molen en deze vertonen grote gelijkheid
met het standpunt van het schilderij. De staart, de wieken en
de windvaan zijn na ingrijpende restauraties in het verleden
vervangen. De wieken hadden eerst een heel ander wieksysteem.
Dit soort molens vergen gezien het vele hout zeer veel onderhoud.
Zeker in de jaren '70 is de molen ingrijpend veranderd na een
jarenlange stilstand. De twee ijzers boven de schoren zijn daarnaast
wel aanwezig.
Ik suggereer hiermee niet dat het de molen
van Jetten wel zou zijn maar toch. Misschien interesseert deze
wat late reactie op het artikel je toch.
Gegroet,
Henrie van Zoggel
Hallo Henri,
Volgend jaar is het inmiddels 100 jaar
geleden dat Piet Mondriaan naar Uden kwam. Wellicht goed om dus
voor die tijd een en ander eens goed op een rijtje te zetten,
want er zijn tot nu toe verschillende lezingen - er komen er
vast nog meer bij als we geen orde op zaken stellen.
Misschien kunnen we internet gebruiken
om een forumdiscussie te organiseren? Of in ieder geval al een
aantal zaken te inventariseren, zodat we in het komende Mondriaanjaar
weten waaraan we toe zijn?
Met hartelijke groet,
Antoon Versteegde.
Geachte heer Versteegde,
Veel kan ik niet zeggen over deze molen,
maar één ding weet ik wel en dat valt uit in het
voordeel van uw interpretatie. De Udense molen had vroeger op
het achtereind van de kap een vrij dikke 'makeIaar' waar de windvaan
bovenop staat. Dit komt overeen met het schilderij waar het om
gaat en is nog te zien op een foto uit de collectie Meesters,
eind jaren '50, afgebeeld in; 'De Standerdmolen', 1994, p. 121.
Bij een restauratie in 1971 is dit restant afgezaagd. Sindsdien
staat de windvaan gewoon op het dak, net als bij iedere andere
molen. Jammer dat dit gebeurd is, want het was ongetwijfeld een
relict van de toestand waarin de molen nog geen 'paraplu' boven
het luiwerk had. Ik word nu misschien erg technisch? Als u dit
niet begrijpt en toch wilt weten leg ik het graag uit. Stuurt
u mij maar een mailtje. Ook de mulders die u ongetwijfeld kent,
weten wel wat ik bedoel.
Vriendelijke groet, Dick Zweers






