ANWB Kampioen, december 1994, tekst
Jan den Hengst
De onbekende Mondriaan
In de zomer van 1892 reisde
de toen 20-jarige Piet Mondriaan van Winterswijk naar Amsterdam
en liet zich inschrijven aan de Academie voor Beeldende Kunsten.
Hij kwam uit een streng calvinistisch milieu, dus de verhuizing
bracht voor hem een zware cultuurschok teweeg. In vergelijking
tot Winterswijk was Amsterdam een wereldstad. Aan het eind van
de vorige eeuw maakte de hoofdstad een periode door van ongekende
bloei. Buiten de singels ontstonden nieuwe woonwijken en de opening
van het Noorzeekanaal, de industrialisatie van het Duitse achterland
en de ontwikkelingen in Nederlands Indië zorgden voor een
levendige handel. Ook het culturele leven bruist en de politiek
kende eveneens roerig tijden: het socialisme was in opkomst.
Mondriaan bleef, op een korte onderbreking na, bijna twintig
jaar in Amsterdam wonen. In die periode ontwikkelde hij zich
tot een met kop en schouders boven de middelmaat uitstekende
kunstenaar. Zijn werk werd onder verzamelaars zeer gewaardeerd.
In zijn Amsterdamse periode is Mondriaan vooral zoekende geweest
om zijn kunstenaarsschap richting te geven. De ongeveer zevenhonderd
schilderijen die in die periode zijn ontstaan, geven een beeld
van een schilder in ontwikkeling. Daarbij heeft hij een duidelijke
voorkeur voor bepaalde thema's. We zien voornamelijk stadsgezichten,
molens, fabrieken en landschappen. Het weergeven van de stad
in beweging, met mensen en het leven van alledag, liet hij over
aan zijn collega-schilders.
Op de fiets
Omstreeks de eeuwwisseling kwam Mondriaan
in het bezit van een fiets. Dit duidde op een zekere welstand,
want een fiets was zeker niet voor iedereen weggelegd. Speciale
steunen aan de voor- en achterwielen en een uitklapbare ezel
stelde Mondriaan in staat om zittend op zijn fiets schetsen te
maken, die hij later in het atelier uitwerkte. Aan
de hand van de schilderijen is te zien dat hij langzaam de Amstel
afzakte om uiteindelijk bij riviertje het Gein terecht te komen.
Gezien het grote aantal schilderijen met die omgeving als onderwerp,
moeten er perioden zijn geweest dat hij bijna dagelijks de tocht
naar het Gein ondernam. Om niet iedere dag heen en weer te hoeven
fietsen, overnachtte hij vaak in café De Vink, halverwege
het Gein bij de Velterslaan.
Ongerepte weilanden
De kortste weg naar het
Gein liep via de nog onbebouwde Middenweg en vervolgens langs
de Weespertrekvaart naar Schoonoord, wat nu Driemond heet. Als
Mondriaan in Abcoude wilde beginnen, reed hij langs De Amstel,
met een onderbreking in café Het Kalfje, en langs de riviertjes
Bullewijk en Holendrecht. Toch altijd nog een afstand van twaalf
kilometer heen en weer terug.
Tegenwoordig zijn de Diemermeerpolder en de Watergraafsmeer volgebouwd
en is de Bijlmermeer een satellietstad. Maar rond het Gein is
sinds Mondriaans tijd weinig veranderd. Nog steeds slingert het
riviertje zich tussen de ongerepte weilanden. Aan weerszijden
liggen eeuwenoude boerderijen: Geinlust, Geinoord, Oostgein,
Geinrust, Geinhoeve, Gein en Stein, Geingenoegen en Vredelust.
Fraaie boompartijen spiegelen zich in het wateroppervlak. Het
is niet moeilijk de door Mondriaan vastgelegde onderwerpen terug
te vinden. De Broekzijdse- en de Franse Molen staan er nog. De
laatste werd minstens twintig maal door Mondriaan vereeuwigd.
De wipmolen is helaas afgebroken. Het schilderij dat Mondriaan
daarvan maakte, veroorzaakte in 1909 een storm van kritiek. Tegenwoordig
is het onder de naam van 'Molen in de Zon' een van de meest waardevolle
stukken in de collectie van het Haags Gemeentemuseum.
Geinrust
Het minstens drie keer
door Mondriaan geschilderde 'Huis aan het Gein' is wat moeilijker
te vinden. Het is dan ook niet meer dan een boerderijtje met
een roeiboot voor de stoep er een handkar. In de officiële
catalogus staat het gelokaliseerd als Gein West nr. 55. Maar
dat was voor de gemeentelijke herindeling. Sinds dit deel van
het Gein is overgegaan van Amsterdam naar Abcoude, is het kompas
een kwartslag gedraaid en heet dit Gein Noord. Gein Oost is in
aansluiting daarop Gein Zuid geworden. Om de speurtocht nog ingewikkelder
te maken, zijn ook de huisnummers veranderd. Maar ik heb het
boerderijtje toch gevonden. De muurankers zijn nog hetzelfde.
Ze vormen het jaartal 1741, het oorspronkelijke bouwjaar van
het boerderijtje, dat nu dienst doet als woonhuis en waarschijnlijk
van de grond af is herbouwd.
Café de Vink heeft al lang geleden zijn tapvergunning
ingeleverd, maar het gebouw staat er nog steeds. Er vlak achter
is een bruggetje gebouwd waar voetgangers en fietsers kunnen
oversteken. Het verderop gelegen boerderijtje Geinrust is echter
in 88 jaar niet veranderd. Zelfs het drassige rietland langs
het water is er nog. De populieren hebben dezelfde hoogte. Gebouwen
schemeren tussen het groen. Mondriaan zou hier zo weer kunnen
beginnen.
Brabant
In de winter van 1904 kreeg Mondriaan van
zijn vriend Albert van den Briel een uitnodiging om een tijd
in Brabant te komen schilderen. Om persoonlijke redenen wilde
Mondriaan Amsterdam een poosje de rug toekeren en op het Brabantse
platteland weer tot rust komen. Hij vestig de zich in Uden, waar
hij onderdak vond in de Sint Janstraat bij de veehandelaar Louis
van Zwanenburg. Samen met Albert van den Briel zwierf Mondriaan
door het Brabantse land en deed inspiratie op voor zijn schilderwerken.
In het begin van deze eeuw was de streek rond Uden nog een land
van heidevelden, zandverstuivingen, bossen en keuterboertjes.
Wie van het land moest leven, leidde een armzalig bestaan. Mondriaan
schilderde de molens van Uden, Veghel en Heeswijk, boerderijen
en schuren en eindeloos veel ongerepte landschappen. Met uitzondering
van een paar eenvoudige boeren, waar hij de deur plat liep, bemoeide
hij zich zo weinig mogelijk met de bevolking. Tijdens de lange
gesprekken bij de Brabantse potkachel ontvouwde Mondriaan zijn
ideeën over de theoretische aspecten van de schilderkunst.
Hij begon zijn schilderijen op te zetten met geometrische vlakken,
daarbij aansluiting zoekend bij de gedachten onder de theosofen,
dat de esthetica was terug te voeren tot simpele vormen, zoals
driehoeken, vierkanten en cirkels.
Schoone droom
De kunsthistorici zijn het er nog steeds
niet over eens of in Uden de grondslag is gelegd voor de werken
waarmee Mondriaan wereldberoemd is geworden. In elk geval waren
zijn psychische problemen na een jaar overwonnen en begon hij
de inspirerende en stimulerende invloed van de grote stad te
missen. In januari 1905 keerde hij weer terug naar Amsterdam.
Veel later zal hij zijn Brabantse tijd omschrijven als 'een onverwoestbare schoone droom'. Fietsend langs de Mondriaanroute probeer ik
het Brabantse spoor terug te vinden. Gewapend met een door de
VVV uitgegeven folder start ik op het Mondriaanplein in Uden
en volg de in typische Mondriaankleuren uitgevoerde wegwijzers:
gele letters, rode fiets, blauwe pijl en zwarte lijnen. Het eerste
deel gaat door nieuwbouwwijken. Al gauw beland ik in de Sint
Jansstraat. In het pand waar Mondriaan een jaar gewoond heeft,
worden nu tapijten en gordijnen verkocht. Een gedenksteen herinnert
aan het verblijf van de wereldberoemde kunstenaar. Temidden van
de sportvelden herken ik de molen van Jetten. De wieken zijn
versierd met vlaggetjes. De molen heeft niet meer zijn oude kleur.
Op het schilderij is de molenkast in een verschoten blauwgroen
geschilderd met een rode ster op de zijvlakken. Dat is nu geel-oker
met wit geworden. Op woensdagmiddagen is de molen te bezichtigen.
Schaalvergroting
Via een tennispark en een tunneltje onder
de rondweg kom ik in het buitengebied van Uden. Zestig jaar geleden
bevonden zich hier nog de zogenaamde woeste gronden. Herders
doolden met hun kuddes over de uitgestrekte heidevelden, die
zo nu en dan werden onderbroken door lapjes landbouwgrond. Maar
dat is niet meer. Waar eens de paarse heide bloeide, staat nu
manshoge maïs. De keuterboeren zijn verdwenen. Daarvoor
in de plaats zijn intensieve veehouderijen gekomen, met reusachtige
varkensstallen. Gelukkig heeft de schaalvergroting niet tot kaalslag
geleid. Het landschap is rijk gestoffeerd met plukjes bos. Op
zijn zwerftochten door het Brabantse land kwam Mondriaan vaak
in café Het Tramstation in Nistelrode. De stoomtram stopte
er voor de deur om water in te nemen. Piet de Schilder, zoals
Mondriaan in de streek werd genoemd, was meer geïnteresseerd
in de inname van een pot Brabants bier, waar mee hij zijn boerenmik
met zoute boter en ham wegspoelde. De tramlijn is al jaren geleden
opgeheven. Het café is er echter nog steeds. Op een leitje
wordt koffie met een Mondriaantje aangeboden. Dit blijkt een
suikerbroodje te zijn. 'Nee, we hebben niets met kleur gedaan,'
zegt de uitbater. 'Veel te moeilijk.' Na Nistelrode fiets ik
door roggevelden waarin eikenbomen staan, een geliefd onderwerp
voor een andere Nederlandse beroemdheid: Van Gogh.
Vlakverdelingen
Via gemengde bossen met naald- en loofhout
kom ik bij het bezoekerscentrum Slabroek terecht, gevestigd in
een van de typische langsgevelboerderijen, zoals Mondriaan ze
ook heeft vastgelegd in zijn experimenten met mathematische vlakverdelingen.
Direct na Slabroek duik ik het bos in. Eerst volg ik nog een
stukje asfalt weg, maar weldra fiets ik over een slingerend zandpad
door een natuurlijk jong bos en kruis de Slabroekse heide. Veel
heide staat er niet. Sinds het niet meer wordt afgeplagd, verdringt
het pijpestrootje de struikheide, maar het is een prachtige vlakte,
begrensd door donkere bossen. Grillig gevormde dennen tekenen
zich af tegen de avondlucht. Een dankbaar onderwerp voor een
landschapsschilder, zoals de vroege Mondriaan is geweest.