Brabants Dagblad, 26 februari 1994
'Mondriaan aan de Amstel'
in Amsterdams Gemeentearchief
Het brave werk van een nog brave kunstenaar
Tussen de 600 en 700
werken maakte Piet Mondriaan in zijn Amsterdamse periode (1892-1912).
Ongeveer tien procent daarvan is momenteel te zien in het Gemeentearchief
van de hoofdstad. Mogelijkheden tot bespiegeling te over: keek
Mondriaan toen al geometrisch? Hoe het zij: 'braaf werk van een
nog brave kunstenaar'.
Door Paul Kokke
Tussen 1892 en 1912 verbleef Piet Mondriaan,
kunstschilder, te Amsterdam. Niet in een aaneengesloten periode,
hij wilde er wel eens een jaartje tussenuit knijpen. Naar Brabant
bijvoorbeeld, waar hij in 1904-1905 ruim twaalf maanden in Uden
verbleef en van daaruit het Brabantse boerenland verkende en
vastlegde in een serie schilderijen van boerderijen en molens.
Maar, feit is dat het
leven Piet Mondriaan (Amersfoort 1872 - 1944 New York) een Amsterdamse
periode kende. En dat was voor het Amsterdams Gemeentearchief
reden om het Mondriaan-jaar te openen met de tentoonstelling
'Mondriaan aan de Amstel 1892-1912'. Leuk detail is bovendien
dat het Amsterdamse leven van de jonge kunstenaar zich voor een
groot gedeelte afspeelde in de omgeving van het Gemeentearchief,
het vroegere gemeentehuis van Nieuwer-Amstel. In die buurt, die
nu bekend is als De Pijp, hadden diverse kunstenaars hun atelier
want het leven en wonen was er goedkoper dan in Amsterdam zelf.
En wie de Amstel overstak, geraakte in de polder, waar het licht
mooi was en waar de waterkanten, rietkragen en graslanden zich
ervoor leenden om te worden geaquarelleerd of te worden geschilderd.
Piet Mondriaan was er vaak te vinden.
Stijlbreuk
Wie het oeuvre van Mondriaan
overziet, zal daarin het moment proberen te bepalen waarop hij
die ene, zo kenmerkende stijlbreuk pleegde en de geometrie als
overheersend element in zijn werk introduceerde. Degenen die
de tentoonstelling in het Amsterdams Gemeentearchief hebben samengesteld,
doen niet anders. Op de tentoonstelling is bijvoorbeeld een aantal
schilderijen en aquarellen te zien van een huis aan het Gein.
Het is een boerenhuis uit 1741 met korte rechte zijmuren en een
schuin dak. Mondriaan legde het in 1900 verschillende keren vast,
de ene keer vanuit een enigszins links gesitueerd standpunt,
dan weer van een rechts standpunt. Maar de voornaamste weergave
blijft die van de voorgevel van het pand. Die gevel wordt weerspiegeld
in het water van het Gein. En wie de gevel met de weerspiegeling
in het water wil zien als één vlak, ziet inderdaad
een soort vierkant op z'n punt. Zo'n vierkant zou hij jaren later
ook schilderen, maar dan alleen maar in rechte zwarte lijnen
op een wit vlak. Voilà, denkt dan de kunsthistoricus,
in 1900 begon Mondriaan met zijn geometrische schilderijen, weliswaar
nog gebaseerd op een realistische weergave van een boerenhuis,
maar toch. Toen enige jaren geleden het Noordbrabants Museum
in Den Bosch een tentoonstelling wijdde aan het Brabantse jaar
van Mondriaan, werden juist zijn boerderijgezichten die hij in
Nistelrode en omgeving maakte, beschouwd als zijn eerste, voorzichtige
doorbraak naar het abstracte. Want die boerderijschilderijen
waren eerder compositorische studies over vlakverdeling geworden
dan realistische weergaven.
Geen bewijzen
Is Mondriaan dan nu postuum
het slachtoffer geworden van enig regionaal chauvinisme? Wordt
zijn artistieke erfenis soms misbruikt door 'gewetenloze' kunsthistorici
die willen scoren? Want veronderstelling of niet, je moet het
natuurlijk wel willen zien. Natuurlijk erkent de coördinator
van 'Mondriaan aan de Amstel', Boudewijn Bakker, dat er geen
concrete bewijzen zijn voor de stelling dat Mondriaan al rond
1900 experimenteerde met geometrische vlakken. Maar het is de
taak van de kunsthistoricus bepaalde lijnen of overeenkomsten
te zien, al dus Bakker. Hij bestrijdt de visie dat Mondriaan
pas na zijn vertrek naar Parijs in 1912 als kunstenaar doorbrak.
In zijn Amsterdamse tijd was hij als artiest al populair en genoot
hij vele opdrachten. De kunstenaar zelf vond overigens, zo blijkt
uit het spaarzame materiaal dat hij naliet, dat hij ook in zijn
geometrische schilderijen uitermate realistisch werkte. Hij vond
dat hij de werkelijkheid weergaf. Maar er is wel degelijk iets
aan de hand met de schilderijen, aquarellen en tekeningen die
in Amsterdam te zien zijn. Ze zijn in zekere zin leeg: mensen
en dieren zijn er niet op te zien. Het is een klinische landschapsrealiteit
die Mondriaan weergaf. En dat leidt tot een veel interessantere
vraag, namelijk of het de specifieke persoonlijkheidsstructuur
van de kunstenaar was die resulteerde in de zo in zichzelf gekeerde
schilderijen met de lijnen en de vlakjes. Was Mondriaan een solist,
een introvert die zich maar moeizaam kon uiten en bang was voor
alles wat persoonlijk was? Kunsthistorica Marty Bax, die samen
met de Amerikaanse kunsthistoricus Robert Welsh de Amsterdamse
periode onderzocht, stelt dat de gereformeerde Mondriaan weliswaar
veel sociale contacten had, maar typeert hem binnen dat sociale
netwerk als een 'loner'.
Ontsnapping
In dat opzicht is een feit misschien relevant,
namelijk dat Mondriaan in januari 1904 nogal overhaast Amsterdam
verliet en zich in Uden vestigde. Duidelijk is dat Mondriaan
aan de hoofdstad wilde ontsnappen; of, misschien nog dramatischer, aan een aantal
van zijn anarchistische en vrijzinnige kunstenaarsvrienden die
hij regelmatig ontmoette in 'de molen zonder wieken' aan de Tolstraat
in de Pijp. Een verklaring voor dat vertrek is dat Mondriaan
zwaar onder de indruk zou zijn geraakt van de zelfmoord van een
vriend. Maar daar zijn geen aanwijzingen voor. Een andere is
dat de kunstenaar gebukt ging onder een identiteitscrisis en
overspannen raakte: het leven en denken van zijn Amsterdamse
vrienden was zo anders dan dat van de van huis uit gereformeerde
Mondriaan. En weer een andere verklaring is dat Mondriaan door
iemand uit zijn Amsterdamse vriendenkring zou zijn beschuldigd
van homoseksueel gedrag. Misschien is dat zo. Toen Mondriaan
in Uden verbleef, kreeg hij bezoek van dezelfde figuur die de
geruchten over zijn vermeende herenliefde zou hebben verspreid.
De kunstenaar raakte er weer danig van overstuur. Van affaires
met vrouwen hebben de onderzoekers geen sporen kunnen vinden.
Wel dat hij een aantal vrouwelijke leerlingen had, van wie sommigen
voor hem ook als (naakt)model poseerden. Maar of dat poseren
ook andere dan alleen kunstzinnige prikkels op leverde, is niet
bekend. Mondriaan zou zich in 1911 verloven met ene Greta Heybroek,
een van zijn leerlingen.
Braaf
Tijdens zijn Amsterdamse
periode maakte Mondriaan tussen de 600 en 700 werken. Daarvan
worden er ruim zestig in het Gemeentearchief getoond, afkomstig
uit Nederlandse en buitenlandse musea en particuliere collecties.
En het rare is: uit de tentoonstelling blijkt helemaal niet zo
duidelijk dat de samenstellers zich met de geometrische Mondriaan
hebben bezig gehouden. Het is een brave tentoonstelling in het
Gemeentearchief, met braaf werk van een toen nog brave kunstenaar.
Realistisch werk, waar in eerste instantie de invloeden van de
Amsterdamse en Haagse school merkbaar waren. Landschappen, molens,
boerderijen, fabrieken of huizen. Werk dat later een theosofische
inslag (Mondriaan bekende zich rond 1900 tot de theosofie, in
zijn streven het allerdiepste en allerzuiverste te verbeelden)
verraadde, en een luministische onder invloed van zijn vriend
en collega Jan Sluyters. Het schilderij 'Watermolen bij Abcoude'
uit 1908 is daar een fraai voorbeeld van. Het is echter verre
van geometrisch. Laten we daarom nog even terugkeren naar dat
schilderij van die boerenwoning aan het Gein: een huis aan de
waterkant dat zichzelf weerspiegeld vindt in het water en zo
twee symmetrische vlakken vormt. Maar dat gegeven zegt als zodanig
evenveel als dat een schilderij per definitie een abstractie
is. Immers, vrijwel elke kunstenaar suggereert drie dimensies
op een vlak dat slechts uit twee dimensies bestaat. En elke streep
verf is eigenlijk niets anders dan een vlak. Werd zo'n vlak eerst
gebruikt voor een verbeelding van een realiteit, Mondriaan zou
het vlak zijn autonome waarde teruggeven. En zelfs die gedachte
is nogal omstreden. De kunstenaar zelf dacht daar in ieder geval
anders over. Het moet een zonderlinge
man zijn geweest, Piet Mondriaan. Een man die nooit brieven bewaarde,
zich nooit uitsprak over het verleden en daarom anno 1994 nog
steeds in bepaalde opzichten een raadsel vormt. Hij leefde voor
de toekomst, zei hij altijd.