Brabants Dagblad,13 december 1994

De man die tango leek te dansen

Door Paul Kokke

Zijn graf ligt op de Cypress Hill Cemetrery in New York en de steen draagt slechts de jaartallen 1872-1944 en een naam: Piet Mondrian, niet Mondriaan, maar Mondrian, de naam die hij had opgegeven bij autoriteiten toen hij de VS binnenkwam. Dat was op 3 oktober 1940. Hij was overgestoken met de Britse lijnboot Samaria, ticketnummer 84574, en was op de vlucht voor het oorlogsgeweld dat Europa in zijn greep had gekregen. Het is een bange man, die die dag vanaf het dek van de Samaria de skyline van New York zag opdoemen. De reis heeft twaalf dagen en nachten geduurd, en is door de opdoemende oorlog niet zonder gevaar geweest. Drie jaar en bijna vier maanden later, op 1 februari 1944, tegen half zes 's ochtends, sterft hij, aan de gevolgen van een longontsteking. Hij heeft de laatste uren voor zijn dood nog geprobeerd met potlood een laatste boodschap op een stukje papier te krabbelen, maar de regels blijken volstrekt onleesbaar. Op 3 februari staan ze rond zijn groeve, zijn vrienden, zijn kunstenaars. Zoals Fernand Léger, Hans Richter, Marc Chagall, Max Ernst, Marcel Duchamp,
Alexander Calder, Peggy Guggenheim en Robert Motherwell. In zijn atelier staat op dat moment nog zijn laatste schilderij, Victory Boogie-Woogie, een ruitvormig werk met tientallen kleinere en grotere gekleurde rechthoeken. Het is onvoltooid gebleven, met de maker meegestorven en toch levend.

 

Vlakjes

Volgende week zondag gaat in het Haags Gemeentemuseum de tentoonstelling Piet Mondriaan 1872-1944 open, hoogtepunt en tevens de afsluiting van het Mondriaan-jaar. Het is een herdenking omdat de kunstenaar een halve eeuw geleden overleed, Mondriaan, de schilder van die vlakjes. Wekenlang, uur na uur, stond hij voor zijn ezel, de kwast in zijn hand die voor de zoveelste keer een lijn trok, een kader als begrenzing van een kleur. Maar wist Mondriaan wat hij zou gaan maken, wanneer hij het penseel pakte en zijn rechte lijnen op het doek streek? Kunnen we die ruim honderd schilderijen in Den Haag zien als perfect geconcipieerde, van te voren bedachte kunstwerken? Het zou mooi zijn om te denken dat dat zo was. We hebben dat ook lang gedacht, maar waarschijnlijk is het niet zo. De kunstenaar was een twijfelaar, een zoeker, die nooit wist waar hij op het doek zou eindigen. Dat had hij gemeen met zovele anderen. Het zou toch zo mooi zijn: in zijn verbeelding ziet een kunstenaar een beeld, een motief, en hij legt dat vast op doek of paneel. Maar hoevelen zijn er niet geweest die delen overschilderden, houdingen van geportretteerden veranderden omdat het niet onmiddellijk gelukt was? Mondriaan was niet anders. Daarom veranderde hij bij voortduring de kleuren en de compositie van zijn werken. Om zo tot de ultieme verbeelding te komen, de beste verhouding tussen kleur, lijn, vorm en dus tot het beste beeld.

 

Onderzoek

Het onderzoek dat de kunsthistorica Pien van der Werf naar het werk van Mondriaan deed, laat wat dat aangaat geen twijfel. Zij onderzocht 150 schilderijen uit de collectie van het Haags Gemeentemuseum, die voor een deel ook op de tentoonstelling te zien zijn. Röntgen-foto's, UV-fluorescentie, infraroodreflectie en verfpuncties vertellen het verhaal van een kunstenaar die experimenteerde met de compositie en de kleuren. Die nieuwe lijnen trok en oude overschilderde, net als de kleurvlakken. Die pas tijdens het schilderen een idee had hoe groot het formaat moest zijn. En als hem dat niet zinde, sneed hij desnoods een stuk van het doek af. Zodat het wél zou kloppen. Mondriaan zocht terwijl hij schilderde naar de ultieme compositie, maar die zoektocht leidde niet over een pad dat met rozen bedekt was. Röntgenfoto's die van het schilderij 'Compositie met kleurvlakjes' (1917) zijn gemaakt, tonen een beeld dat lijkt op de plattegrond van New York, waar lijnen en vlakken steeds verschoven. De kunstenaar, die op zijn schilderijen de tango leek te dansen, zo strikt leken ze te zijn gecomponeerd, was minder dialectisch dat menigeen vermoedde. Hij hield overigens van dansen, Piet Mondriaan, en van de andere aangename kanten van het leven. Hij was geen asceet. Zelfs Peggy Guggenheim, die ooit op de achterbank van een New Yorkse taxi door hem hevig en intens op de mond werd gekust en ineens zijn tong tussen haar tanden voelde lispelen, had zich daarin vergist: 'Maar
Mondriaan, ik dacht dat jij zo zuiver was!'

 

Minimalist

Mondriaan, op 7 maart 1872 in Amersfoort geboren, zou een van de meest invloedrijke kunstenaars van deze eeuw worden. Men kan zich zelfs afvragen of de Amerikaanse minimal art, die na de Tweede Wereldoorlog de internationale kunstwereld overspoelde, zich zo eenduidig en sterk had kunnen ontwikkelen wanneer Mondriaan zich niet in Amerika zou hebben gevestigd. Was Piet Mondriaan een minimalist? Hij is het waarschijnlijk geworden, maar dat is eerder een conclusie uit onze tijd dan de zijne. Zelf vond de kunstenaar dat hij in zijn geometrische schilderijen uitermate realistisch werkte. Hij gaf de werkelijkheid weer. "Eerst in de loop van lange tijd kwam ik tot het inzicht dat de individuele vorm en natuurlijke kleur subjectieve gevoelstoestanden oproepen, welke de zuivere realiteit verduisteren. De verschijning der natuurlijke vormen verandert, maar de realiteit blijft zichzelf gelijk. Beelding der zuivere realiteit vereist noodwendig dat de natuurlijke vormen worden terug gebracht tot de constante elementen van de vorm en de natuurlijke kleuren tot de primaire kleuren. Doel is niet nog meer individuele kleuren en vormen te scheppen, met al hun beperktheden, maar te streven naar hun opheffing in het belang van een grotere eenheid", schreef Mondriaan in begin 1942 naar aanleiding van een tentoonstelling in de Valentine Gallery in New York. Het is een van zijn meest leesbare statements over wat hem bezielde als kunstenaar. In New York haalde hij zijn roem, die na zijn dood nogal eens smalend werd afgedaan met 'echt Amerikaans blufsucces'. Maar waar begon het allemaal? En vooral: wanneer? Niet in New York, dat is zeker. In New York oogstte Mondriaan de vruchten van een proces dat al veel eerder begonnen was.

 

Amsterdam

Tussen 1892 en 1912 verbleef Piet Mondriaan te Amsterdam. Hij bezocht er de Rijksacademie en was vaak te vinden langs de rietkragen aan het Gein en aan de Amstel waar hij zijn in eerste instantie traditionele landschappen schilderde. Maar toch was er ineens iets aan de hand met de schilderijen en aquarellen die Mondriaan maakte. Bijvoorbeeld die van een boerenhuis aan het Gein. Mondriaan legde het in 1900 verschillende keren vast, waarbij de driehoekige voorgevel werd gespiegeld in het rivierwater. De geschilderde gevel en het spiegelbeeld kan men als het ware samenvoegen en zien als een soort vierkant dat op z'n punt staat. Een geometrische vorm dus. En in de periode dat Mondriaan in Uden verbleef, tussen 1904 en 1905, schilderde hij niet alleen maar boerderijen en molens, maar eigenlijk aan de realiteit gekoppelde voorzichtige abstracties. Want ook die boerderijschilderijen vertelden veel meer over Mondriaans compositorische studies dan over de simpele weergave van een realiteit.

 

Ommezwaai

Maar er was nog geen consequente lijn in Mondriaans ontwikkeling te herkennen. Want onder invloed van de theosofie, tot welke stroming Mondriaan zich bekende in zijn streven het allerdiepste en allerzuiverste te verbeelden, openbaarde zich gedurende een bepaalde tijd het luminisme, zoals dat ook bij zijn vriend en collega Jan Sluyters het geval was. Mondriaans 'Watermolen bij Abcoude' uit 1908 is daar een fraai voorbeeld van, met frisse, heldere tinten. Maar het is verre van geometrisch. Het vertrek naar Parijs in 1912 betekent een radicale ommezwaai in het leven van de kunstenaar. Hij scheert zijn baard af en verandert zijn naam in 'Mondrian', niet alleen omdat de Fransen dat woord beter kunnen uitspreken, maar ook om aan te geven dat er een nieuwe periode in zijn leven is aangebroken. In Parijs laaft 'Mondrian' zich aan de kubisten, zoals Picasso en Braque, neemt deel aan het heftige kunstleven in de Franse hoofdstad en geniet van zijn bezoeken aan de Moulin Rouge. In 19l4 keert hij terug naar Amsterdam, eigenlijk voor even, maar het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog verhindert hem weer naar Parijs af te reizen. Hoewel hij de Franse hoofdstad mist, stort Mondriaan zich met hart en ziel in 'De Stijl', de beweging van Bart van der Leck en Theo van Doesburg. De drie kunstenaars beïnvloeden elkaar over en weer: door hun visie op compositie, kleur, abstractie en realiteit. Maar Parijs lonkt en in 1919 verlaat Mondriaan definitief Nederland. Hij zou tot 1938 in de Franse hoofdstad blijven.

 

Vlucht

Dat Mondriaan in dat jaar naar Londen verhuist, heeft alles te maken met de angst die hem steeds meer parten gaat spelen. De angst voor de nazi's die zijn kunst verdoemen, voor de oorlog, voor de vernietiging. Mondriaan raakt op de vlucht. Maar hij raakt zijn angsten niet kwijt. Want op het moment dat hij zich in Londen thuis begint te voelen, begint de Luftwaffe met haar bombardementsvluchten op de stad. Amerika, New York, lijkt de enige uitwijkmogelijkheid. 'Als het me lukt te vertrekken, zal het in grote haast zijn', schrijft hij in een brief. Maar het lukt, al dreigt de oorlog hem steeds in te halen. De vrouw had hij al lang afgezworen, althans, de vrouw als partner, als 'goddelijk gegeven met wie men een leven deelt'. Als het hem allemaal teveel wordt, is er nog altijd de prostituee. Dat deed hij al in Parijs en ook in New York. De vrouwen die hem liefhadden, stootten steevast op de koelheid waarmee hij hen benaderde. Tegen een van hen zei hij eens dat hij alleen zou kunnen trouwen met een vrouw die zijn ideeën en geestelijk leven niet met hem zou delen: "Voor mij is de ware vrouw de actrice, de publieke vrouw. Ik geloof niet in persoonlijke liefde". Als hij tegen de zeventig loopt, krijgt hij de kwalen die horen bij de ouderdom. Zijn tanden doen permanent pijn, en zijn voeten moet hij zes keer per dag in zout water weken omdat ze zijn geïnfecteerd. En met zijn longen gaat het ook niet best.

 

Hype

In 1986 rijdt de wielrenner Bernard Hinault de Tour de France in een shirtje dat ontleend is aan het kleuren- en lijnenspel van Mondriaans abstracte schilderijen. Een fabrikant van haarverzorgingsmiddelen laat tubetjes en spuitbussen in Mondriaan-stijl ontwerpen. Mondriaan is hype, is mode. De commercie spuwt een golf van walgelijkheid over het artistieke erfgoed van de kunstenaar. In 1904 had hij het al gezegd tegen zijn jeugdvriend Albert van den Briel: "Wat later zal zijn, daar is men buiten". Alsof hij het allemaal had voor zien.

 


Home - Mondriaan Biografie

Voor reacties en/of aanmeldingen kunt u mailen naar:
uden@mondriaan.org